De overkant

De overkant

Carla Rus

Gepubliceerd op: https://www.nederland-schrijft.nl/npo-schrijfwedstrijd, 2016

Hun vriend
“Hier moet de ziekenboeg zijn, dit zijn gaten voor kanonnen.” Claus laat zijn zaklicht schokkerig over de betonnen geschiedenis dansen. Samen met de broertjes Tom en Lars vormt hij een geheime club. Op hun clubpas staan regels die hen beschermen tegen de rest van de wereld. De wind huilt, duinzand dreigt de uitgang te versperren. Claus is de sterkste en gaat voorop wanneer zij haastig en lachend hun vesting uitkruipen. Boven hen vliegen meeuwen krijsend rondjes, de zon verwarmt hun pukkelige pubergezichten. Claus verkent met zijn tong zijn lippen en proeft. Als drie jonge honden rennen ze over het strand richting Scheveningen. Tom spettert Claus op zijn rennende rug terwijl Lars Claus’ benen vasthoudt.
De broers wonen al hun hele leven vlak achter de duinen. Claus is hun buurjongen van de overkant. Ze voetballen elke dag samen. Bij een EK en WK is ieder eerst voor zijn eigen land, daarna voor het land van de ander. Bij elk doelpunt vliegen zij van beide straatkanten naar elkaar toe en toeteren hard op hun oranje vuvuzela.

Hun opa
Jacob zit via zijn beste vriend bij een verzetsgroep in Goes. Als hij voor de Arbeitseinsatz naar Walcheren moet, wil hij onderduiken. Maar zijn commandant zegt dat hij juist moet gaan, zijn ogen moet openhouden en hem verslag uitbrengen.
Jacob moet bij Westkapelle in opdracht van Duitse soldaten zakken zand verslepen. Aan de overkant van de zee zindert de vrijheid. Verholen observeert hij de versperringen op het strand en de bunkers in de duinen. Thuisgekomen maakt hij hier uit zijn hoofd tekeningen van en levert die af bij zijn commandant. Niet lang daarna wordt die gefusilleerd. Jacob moet onderduiken. Hij ligt bij de buren in de alkoof onder de bedstee. Op een nacht hoort hij in zijn ouderlijk huis soldatenlaarzen stampen. Hij is bang voor wraak.
Ook zijn beste vriend is ondergedoken. Die overleeft het niet.

Zijn strijd
Claus heeft overal bloedingen. Diep in zijn grote botten houden kleine soldaten die vijanden moeten afweren zich niet meer aan de regels. Ze zijn met teveel en vallen Claus aan. Hij heeft pijn en zijn huid is dun als vitrage. Tom en Lars komen zo vaak als mag op bezoek.
Wanneer de verpleegkundige Claus wil draaien vraagt hij Tom of die zijn benen vasthoudt. Als Claus dorst heeft, tilt Lars voorzichtig diens hoofd op zodat hij een slokje kan drinken. Claus’ tong draait zoekend rondjes op zijn lippen. Vergeefs.
Opa belt en vraagt hoe het nu gaat met hun beste vriend.

Ze vertrekken met een vissersboot vanaf Scheveningen. De zon schijnt gul, de zeelucht streelt ongegeneerd hun huid. Door de ruwe golfslag schommelt de boot vervaarlijk. Meeuwen boven hen vliegen opgewonden met hen mee. Claus’ as weegt vier kilo en wordt eerbiedig over zee verstrooid. Daarna vaart de schipper een rondje en toetert drie keer met de scheepshoorn. Aan de kade kijken mensen op. Claus verdwijnt in het grijs van de opkomende mist. Hij reist naar de overkant: naar alle landen van de wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *